






Strandvissen
Goed, je hebt je spullen gepakt om eens lekker een paar uur op het strand te gaan staan. Waar moet je vervolgens rekening mee houden?
Allereerst: houd er rekening mee dat je een aantal keren naar voren en naar achteren moet gaan lopen vanwege eb en vloed. Soms moet je jezelf om de 10 minuten een kleine 10 meter verplaatsen. Dan is het handig als je niet teveel losse spullen op de grond hebt liggen maar alles in 1 tas of viskoffer bewaard. Dan is het een kwestie van hengels en steun verplaatsen en vervolgens je tas of koffer. Anders loop je 5 keer op en neer en voor je het weet ben je alleen maar aan het verplaatsen.
Als je hier vooraf rekening mee hebt gehouden, dan kun je richting het strand. Op het strand aangekomen is het de vraag waar je gaat staan. En daar lopen de meeste zeevissers al spaak. Wat is nou het beste plekje? Links of rechts? Bekijk eerst eens op je gemak de kustlijn. Deze bestaat voornamelijk uit zandbanken. Probeer deze te “lezen” waarbij onderstaande afbeelding je een beetje kan helpen.
Er zijn zandbanken, muien en Zwinnen.
Een zandbank kent iedereen wel. Dat zijn die verhogingen van zand die bij eb droog liggen, evenwijdig gezien aan het strand. Wanneer het vloed is, kun je de zandbanken herkennen aan de plaats waar de golven “breken”.
Een mui is de doorloop tussen twee zandbanken in. Als het eb is kun je deze herkennen
omdat hier water tussen de zandbanken doorstroomt. Als het vloed is, kun je een mui
herkennen door de plek waar de golven tussen twee zandbanken juist NIET breken. Dus
zie je een rollende golf met witte schuimkop? Dan is dat een zandbank. Stopt de rollende
golf om een x-
Een zwin is het water tussen twee zandbanken in, evenwijdig aan het strand gezien. Ook dit is op de foto mooi afgebeeld.
Maar waar moet je nu gaan staan?
Op een zandbank zul je weinig vangen. Je aas wordt hoog aangeboden (soms maar 10 cm onder het wateroppervlak) en er staat relatief weinig stroming. Daarentegen zul je in een mui en een zwin meer vis vangen. Hier stroomt het tenminste en hier is het iets dieper. Daar zit de vis over het algemeen.
Dus het basis-
Dit klinkt allemaal erg eenvoudig, maar is het niet. Ook wij hebben nog wel eens moeite om de juiste plaats te vinden. Dus als je voor het eerst naar een bepaald strand gaat, dan kun je het beste met eb gaan vissen omdat je dan de muien en zwinnen goed kunt zien. Het wordt vanzelf vloed, maar dan sta je al op de juiste plaats.
Dan hebben we ook nog de golfbrekers en havenhoofden. Dit zijn een soort van landtongen die het water inlopen, of een rij palen. Hier sta je goed. Je moet echter net voorbij het einde van een golfbreker of havenhoofd gooien omdat hier een stroomkuil zit waar de vis zich ophoudt. Maar als de vis zich in een kuil ophoudt, dan ligt er ook vaak rommel. Je kunt hier dus wel wat lijnen verspelen, maar dat is het risico dat je neemt. Meer vis, meer materiaal kwijt. Om hier te vissen, is het wel verstandig dat je ongeveer 100 meter kunt gooien.
Wat ook van belang is, is de kennis van downtiden en uptiden. Dit heeft niets met eb en vloed te maken, maar met de stroming van het water en de manier hoe je dan je aas aan moet bieden. Zie ander topic onder het menu Visinfo.