



sponsor 16-
Piervissen
Het grote voordeel van het vissen vanaf de pier (bijvoorbeeld de Noordpier of de Zuidpier) is dat je al een heel stuk in zee staat waar het een stuk dieper is als dan je vanaf de kant vist. Omdat het hier dieper is, is de kans op (grote) vis beter aanwezig maar heeft ook als nadeel dat je vaker vast komt te zitten dan bij het vissen vanaf het strand. Een pier bestaat over het algemeen uit grote betonblokken van 2 x 2 x 2 meter waartussen gemakkelijk vuil (netten, stokken, touw, etc.) kan blijven hangen en waar jij weer aan blijft hangen met je onderlijn of lood. Deze blokken lopen soms tot wel 50 meter de zee in.

Passief vissen
Bij het passief vissen (het “staren” naar je hengeltop) moet je vanaf de pier gebruik maken van een zeehengel van tenminste 4,5 meter en een flink brok lood. Over het algemeen vis je minimaal 50 meter uit de pier om vastzitten te voorkomen. Langzaam je lijn strak trekken en wachten tot de vis bijt. In sommige situaties zal de vis, zoals gul en zeebaars, juist tussen de betonblokken gaan zitten. Dan is het noodzakelijk dat je je aas op soms maar 20 meter uit de kant aanbiedt. Dit heeft zowel een voordeel als een nadeel: het voordeel is dat je een mooie klapper kunt krijgen van een flinke maatse gul of zeebaars. Het nadeel is dat de vis gelijk tussen de blokken zal zwemmen met een behoorlijk risico dat je vast komt te zitten en je vis zult verspelen.
Om het vastzitten tussen de blokken te voorkomen, adviseren wij om gebruik te maken van ongeankerd lood en geen afhouders aan je paternoster te maken. Gewoon korte zwabbertlijntjes van ongeveer 10 cm. Deze zijn vaak kant en klaar voor nog geen euro te koop bij je hengelsportzaak.
Als je ver weg gooit (minder kans op vastzitten) dan vangen paternosters met afhouders óf één lange zwabberlijn vaak het beste. Aangezien het vaak hard stroomt is een flink stuk (geankerd) lood van minimaal 170 gram onontbeerlijk. En dan het liefst uptide werpen, anders gaat je lood over de bodem “lopen” tot ie vast komt te zitten bij je buurman of de betonblokken. Lekker ankeren dus, tenzij het dood tij is.
Als aas wordt over het algemeen pieren, mesheften en zagers gebruikt. Gul en wijting bijten het meest op zeepieren en mesheft en de platvis en de zeebaars weer op (ingezouten) zagers. Dit is echter onze ervaring en geen wet van meden en persen.
Actief vissen
In de zomermaanden kun je lekker actief vissen vanaf de pier. De makreel, fint, zeebaars en geep zijn dan vaak in grote getalen aanwezig. Er zijn verschillende manieren om deze vissen te lijf te gaan, maar 1 ding hebben ze gemeen: de spinhengel! Voor het actief vissen wordt in 99% van de gevallen gebruik gemaakt van de spinhengel van maximaal 3.5 a 4 meter omdat deze lekker licht is en een leuke actie geeft bij het vangen van een sterke rover.
Als je met een zeehengel gaat spinnen, dan gooi je wel wat verder dan met een spinhengel, maar na 2 x indraaien heb je toch echt last van vermoeide armen. Deze hengel is namelijk te zwaar voor het spinnen. Vandaar de spinhengel.
Je kunt nooit precies vertellen hoe je een bepaalde vis vangt, want dit kan van dag tot dag verschillen. Soms zitten ze er wel. dan weer niet. Soms bijten ze in een pier, soms in een zager. Maar als richtlijn kun je de volgende regel hanteren:
Zeebaars en Gul:
Vis in het schemer en de nacht.
Gebruik een shadje, lepel of plug en vis op verschillende dieptes/waterlagen.
Vis op verschillende manieren (langzaam, snel, wisselend).
Vis met een dobber en een wapperlijn van ongeveer 50 cm. Gebruik dan als aas een lekkere verse zager. Alleen achter het kopje haken!
Makreel, Geep en Fint:
Actief vissen door het vissen met een plug/shad of lepel.
Probeer verschillende waterlagen en snelheden te bevissen.
Nogmaals, bovenstaande is een richtlijn en succes is nooit verzekerd. Je zult met actief vissen toch het één en ander zelf uit moeten proberen, waarbij het altijd verstandig is om naar je buurman te kijken hoe hij/zij de visjes weet te vangen. Beter goed afgekeken, dan slecht bedacht. En niemand vindt dat erg!